Een reclamebureau dat prat gaat op creativiteit vestigt zich per definitie niet op een “representatief”, aangeharkt bedrijventerrein. Niets is dodelijker voor het imago dan een saai, marktconform huurkantoor van dertien in een dozijn. Oude pakhuizen, grachtenpanden, in onbruik geraakte kerken, catacomben van een voetbalstadion en voormalige fabrieksgebouwen bieden de “unieke” artistieke, bohémien-achtige ambiance waarin de reclame-mens wereldwijd het beste gedijt. Het nieuwe onderkomen van Ogilvy in Amsterdam vormt hierop geen uitzondering.