Vroege Hollanders

De tentoonstelling geeft een beeld van wat er geschilderd is in het graafschap Holland in de vijftiende en het begin van de zestiende eeuw. Ze begint met Geertgen tot Sint Jans en eindigt met Lucas van Leyden, wiens werk nog wortelt in de Middeleeuwen, maar anderzijds al duidelijk het begin van de renaissance in Holland aankondigt.

De door Jan van Eyck in de Zuidelijke Nederlanden verfijnde techniek van de olieverfschilderkunst werd al snel in Holland overgenomen. Vooral Haarlem en Delft ontwikkelden zich tot belangrijke centra. De schilderijen geven op een zeer directe manier een beeld van de late middeleeuwen; de periode die nooit beter is samengevat dan in de eerste zinnen uit Johan Huizinga’s beroemde boek Herfsttij der Middeleeuwen: ‘Toen de wereld vijf eeuwen jonger was, hadden alle levensgevallen veel scherper uiterlijke vormen dan nu. Tussen leed en vreugde, tussen rampen en geluk scheen de afstand groter dan voor ons; al wat men beleefde had nog die graad van onmiddellijkheid en absoluutheid, die de vreugde en het leed nog hebben van de kindergeest’.